‘Publications’ Category

‘ManifestAanwezig’ pompt energie in Kasteel Oud-Rekem (recensie)

/ Publications /

http://www.kunstinlimburg.be/kunststukken/manifestaanwezig-pompt-energie-kasteel-oud-rekem-recensie

26/07/2012

Wat begon als een pleidooi voor de vrijheid van de kunstenaar, mondt tijdens ‘ManifestAanwezig’ uit in een in vervoering brengend schouwspel met 33 kunstenaars uit alle hoeken van de wereld.

Naar jaarlijkse gewoonte transformeert het desolate Kasteel van Oud-Rekem, ook wel gekend als het mooiste dorp van Vlaanderen vlak bij de Nederlandse grens, in een betoverend oord voor hedendaagse kunst. Met dank aan het enthousiasme, de passie en de inspanningen van vzw Forum Triangulaire, het Euregionaal kunstencentrum van curator Annemie Van Laethem en haar echtgenoot Eric Croux.

Peter Rogiers, 'The Yard', 2011, krachtmeting van twee verstrengelde vogels op de binnenplaats Foto: Jos Coenen
Peter Rogiers, ‘The Yard’, 2011, krachtmeting van twee verstrengelde vogels op de binnenplaats
Foto: Jos Coenen

De titel ‘ManifestAanwezig – Then Today Tomorrow’ dekt vele ladingen. “We zijn al dertig jaar manifest aanwezig in de Limburgse kunstscène”, zegt de gedreven tentoonstellingsmaakster. Ook toen ze een galerie had aan de overkant van de straat, bevolkte ze het kasteel reeds sporadisch met kunst.

Eric Croux voegt daaraan toe dat ‘manifest’ in de breedste zin van het woord wordt opgevat: “Soms zijn de kunstenaars manifest aanwezig in de kunstwereld. Soms wordt een ateliersituatie getoond die werkt als een manifest. Soms is het kunstwerk zelf een manifeste uiting van de tijd en de veranderende maatschappij. En het slaat ook op de manifest onbekende en afwezige kunstenaar.”

Hoezo, de afwezige kunstenaar? “Het is een selectie”, zegt Annemie Van Laethem. “Er zijn nog zoveel kunstenaars die niet in de tentoonstelling zitten.” Anderzijds zijn er deelnemers die vandaag bijna vergeten zijn, volslagen onbekende namen en een overleden psychiatrische patiënt die naamloos blijft. Zijn kleine assemblages zijn teruggevonden tussen het puin in het kasteel, een voormalige psychiatrische instelling.

Gluklya, 'The Worker who cut his Finger as a Strike', 2008 Foto: Jos Coenen
Gluklya, ‘The Worker who cut his Finger as a Strike’, 2008
Foto: Jos Coenen

Kunstenaars als virus

Twee recente aanslagen op de vrijheid van de kunstenaar staken het vuur aan de lont van de tentoonstelling. In 2009 werd een kunstwerk van Toon Tersas wegens de kritische inhoud door de Chinese overheid verwijderd uit ‘A Story of the Image’ in het Shanghai Art Museum, een daad van censuur waar geen ruchtbaarheid aan werd gegeven.
Twee jaar later, op 11 januari 2011, werd het atelier van Ai Weiwei in Shanghai gesloopt, omdat de nodige bouwvergunningen ontbraken. Het was een uitvalsbasis van de Chinese kunstenaar uit Beijing, die nog meer de mond werd gesnoerd toen hij kort daarna in de gevangenis vloog.

Drie stoelen en een video van Ai Weiwei maken deel uit van ‘Fairytale’, het project in de vorige Documenta in Kassel. In de stad van de gebroeders Grimm inviteerde hij 1001 Chinezen en exposeerde evenveel antieke, Chinese stoelen. Op dit ogenblik is hij het meest beroemde modelvoorbeeld van de dissidente kunstenaar, omdat hij in China scherpe vragen stelt over de politieke en maatschappelijke vrijheid. Volgens hem moet de kunstenaar de rol spelen van een virus in de samenleving.

Toon Tersas was een onbekend virus gebleven als Annemie Van Laethem en Eric Croux het werk niet kort voor zijn dood  in 1995 hadden ontdekt. De autodidact uit Mol becommentarieerde de maatschappij in een oeuvre dat naast tekeningen ook een beschilderde jurk omvat. Het M HKA in Antwerpen heeft zich ontfermd over de nalatenschap.

Ilya Kabakov, 'August 20th, 1968', 2000 Bruikleen M HKA, Antwerpen Foto: Jos Coenen
Ilya Kabakov, ‘August 20th, 1968’, 2000, Bruikleen M HKA, Antwerpen, Foto: Jos Coenen

Een andere bruikleen uit de M HKA-museumcollectie is de zaalvullende installatie van Ilya Kabakov, de Russische beeldenbedenker die in Moskou noodgedwongen ondergronds moest werken. ‘August 20th, 1968’ (2000) is niet het meest gemakkelijke werk. Kranten berichtten over de inval van het Russische leger in Praag op die dag, schetsen uit het atelier blikken terug op het leven in de Sovjetunie en in het midden staat een Russisch circus, een verstard marionettentheater waarin alleen de aap driftig cimbalen tegen elkaar slaat. Meer uitleg is te vinden in de publicatie en de organisatoren staan altijd klaar om vragen van de bezoekers te beantwoorden.

Ondergrondse kunst uit Limburg

Op de eeuwenoude muur van de kasteelkelder projecteert Fred Eerdekens zijn splinternieuwe installatie ‘After Dark’, een versplinterd beeld van krassen en strepen waarin de twee woorden leesbaar zijn. De projectie wordt verwekt door een lamp en ronde spiegelstukjes, die minutieus op de vloer zijn geschikt. De magiër uit Hasselt weet de toeschouwer keer op keer te verrassen door betekenissen en associaties tevoorschijn te toveren, op een luchtige en toch diepzinnige manier.

Fred Eerdekens, 'After Dark', 2012 Foto: Jos Coenen
Fred Eerdekens, ‘After Dark’, 2012, Foto: Jos Coenen

In de andere kelder, waar een paar lichtschuwe duiven pootafdrukken achterlaten, huist de Afrikaanse episode in ‘The Cosmopolitan Chicken Project’ van Koen Vanmechelen, een fantastisch kruisingsproject van kippen uit alle landen ter wereld die kakelend opmarcheren naar de kosmopolitische kip. De Limburgse kunstenaar presenteert zijn eerste optreden in Afrika tijdens de biënnale Dak’Art in Senegal in 2010. De kooien bevatten echte en transparante eieren die al dan niet zijn uitgerust met een videoverslag.

Toplocatie met vele denkpistes

Kasteel d’Aspremont-Lynden is een geladen omgeving waar het verleden in de lucht hangt. Het gebouw is in de 16de eeuw opgetrokken door de adellijke familie. Later deed het onder andere dienst als militair hospitaal en krankzinnigengesticht. Nu is het een toplocatie voor tentoonstellingen met zijn vele zalen, kamers en gangen, gedachtegangen en denkpistes.

Kyoko Murase, 'Fruit Tree', 2012 Foto: Jos Coenen
Kyoko Murase, ‘Fruit Tree’, 2012, Foto: Jos Coenen

De broeierige mix van culturen is een lijn die lijkt te vertrekken van het uitwisselingsexperiment van Ai Weiwei in Kassel. Kruisingen van culturen slingeren zich door het werk van Koen Vanmechelen, de fotoreeks ‘Self-Portrait as a Part of Porcelain Export History’ van Ni Haifeng en de schilderijen van de Japanse Kyoko Murase uit Düsseldorf. Een etherisch tafereel met een vrouw in een weelderige vegetatie hangt onder de wondermooie zin ‘Lucht is tastbaarder dan mijn gedachte’, die een patiënt op de muur schreef. Zo wordt de witte figuur in het schilderij nog meer een dolende schim.

Rinus Van de Velde, 'I tried and failed, got stuck somewhere in-between movement and an embarrassing form of catatonia', 2011 Foto: Jos Coenen
Rinus Van de Velde, ‘I tried and failed, got stuck somewhere in-between movement and an embarrassing form of catatonia’, 2011, Foto: Jos Coenen

Een tweede lijn lijkt te vertrekken van Toon Tersas en zijn gebruik van taal. Ze kronkelt door het kasteel naar de installatie van Fred Eerdekens, de meterslange houtskooltekening van de aanstormende Antwerpse kunstenaar Rinus Van de Velde, de flamboyante schilderijen van de Congolese straatschilder Chéri Samba, ingrepen van de jonge Gentse kunstenares Kelly Schacht die het evocatievermogen van de taal ten top drijven. En nog veel meer kunstwerken. Zonder ook maar één ogenblik te vervelen.

Berndhaut Smilde, 'Nimbus D'Aspremont', 2012 Foto: Jos Coenen
Berndhaut Smilde, ‘Nimbus D’Aspremont’, 2012, Foto: Jos Coenen

Boven de trap hangt een foto van het kasteelinterieur, alleen drijft er een wolk in. Berndhaut Smilde, een rijzende ster uit Nederland, heeft geen digitale trukendoos opengetrokken. Met rook en vocht creëerde hij ter plekke regenwolken. Het is een surrealistisch beeld dat niet onverdeeld pessimistisch is, want achter de wolk lijkt de zon door te breken. Zoals de meeste kunstenaars maakt hij zijn opwachting met meerdere werken die zich verspreid over de hele tentoonstelling bevinden.

Prettige guerrillatactieken

Ergens zijn alle deelnemers een beetje ‘protestkunstenaar’, omdat ze koppig hun eigen ding doen. Soms brengen ze een ontregeling teweeg, zoals in de video van de boom die Roderick Hietbrink door een Nederlandse woonkamer trok. Soms morrelen ze aan de regels van de kunst, zoals Leon Vranken die lichtelijk hilarisch de instructies van de televisieschilder Gary Jenkins toepast op de beeldhouwkunst. Soms kijken ze alleen maar toe, zoals Vaast Colson.

Vaast Colson, 'Op Post', 2008 Foto: Jos Coenen
Vaast Colson, ‘Op Post’, 2008, Foto: Jos Coenen

‘Op Post’, een sullig zelfportretje op rollen gekleurde tape, stelt de nu reeds invloedrijke Vlaamse kunstenaar dag en nacht aanwezig. In deze context werpt hij geen kritische, maar een goedkeurende blik op wat er rond hem gebeurt. Meer nog, hij is in zijn nopjes omdat hij het geluidswerk ‘Neighbourhood’s Nap’ van zijn idool en bad boy Martin Kippenberger kan horen. Of slaat mijn fantasie op hol? Inbeelding of niet, het klikt hoe dan ook tussen de kunst en het kasteel!

Christine Vuegen

‘ManifestAanwezig – Then Today Tomorrow’, tot 30 september 2012 in Kasteel Oud-Rekem, za-zo 11-18u, www.forumtri.be

RESISTANCE STRATEGIES. THE STRANGE DON’T SURRENDER

/ Publications /

This winter an exhibition «Resistance Strategies. The strange don’t surrender» by Gluklya (Natalya Pershinina-Yakimanskaya) took place in the Saint Petersburg branch of the State Center for Contemporary Art. Gluklya answered questions of Aroundart.

Olga Zhitlina: In the manifesto of the FFC (Factory of Found Clothes) you and Tzaplya write about sentimentality, but about a non-Hollywood type of it.  How can an artist re-appropriate feelings from Hollywood?

Gluklya: We just wanted to work with feelings, and that’s all. The statement was actually written while polemicizing with those artists, who are afraid of working with feelings, because everything is like appropriated by this dirty capitalist world. But if we follow this chaste way, it seems like we’ll fall into hermeticity. Let’s choose our own language (and aesthetics is a language), and let people learn this new language! And at this point I have a question: “How will they actually learn it”? Maybe, we should still leave some codes that will allow people to recognize themselves if they conceive a wish to share the artist’s convictions? (more…)

“THE LAST RESISTANCE”

/ Publications /

The performance is structured as a confrontation between two social positions presented by two written narratives as well as a physical confrontation between the participants. The participants do battle over the main idea of the performance, the conflict between the artist and the system. Needless to say, in the current political climate of a full frontal assault by the right wing it has become essential for the artists to clearly define their social stance and principles. (more…)

INTERVIEW MIT NATAL’JA PERŠINA-JAKIMANSKAJA (GLJUKLJA)

/ Publications /

(copy from www.novinki.de)

„Wir arbeiten ja mit Menschen. Das sind nicht Leinwände und Farben. Das ist unglaublich schwer.“

Interview mit Natal’ja Peršina-Jakimanskaja (Gljuklja) aus der Gruppe Factory of Found Clothes und der Gruppe Chto delat


15 Jahre feministische Themen mit der Gruppe Factory of Found Clothes und ein zunehmendes Engagement in der linksaktivistischen Künstlergruppe Chto delat. Umgeben von der von der Künstlerin umgenähten Kleidung, in einer schön gealterten Atelierwohnung im legendären Benua-Haus auf dem Kamennoostrovskij Prospekt in Petersburg, fand dieses Gespräch mit der Künstlerin Natal’ja Peršina-Jakimanskaja über Kunst und Politik statt.

abb1
Three Mothers and one Choir. Mutter eins.

novinki: Natalja, Du gehörst gleichzeitig der Gruppe Factory of Found Clothes (F.N.O.) und der Gruppe Chto delat an. Erzähl doch bitte, inwiefern Du diese Projekte und Tätigkeiten im Moment trennst. Sind das für dich zwei verschiedene Aspekte deines Schaffens oder sind die Grenzen zwischen ihnen verwischt?

Gljuklja: Das sind verschiedene Formen des Schaffens, (more…)

Tags:

INTERVIEW WITH DIMA VILENSKY/CHTO DELAT GROUP ABOUT UTOPIAN CLOTHES SHOP

/ Publications /

D. I remember that when you and Tsaplya started working together, you tried to distance yourselves from any attempt at locating your work within the framework of feminist tradition. But at the same time, you also cooperated with some of Petersburg’s key figures in the feminist cultural discourse, such as Alla Mitrofanova and Ira Aktuganova. What has changed in recent years? How would you re-sketch your position today?

G. Our art has always addressed the inner world. It’s always been about the poetization of ordinariness, so that life would stop being so dull and depressing, so that the routines of everyday life would take on the infinitely gripping spirit of a performance. Tsaplya and I were drawn together by a love for adventure; (more…)

THE GREATEST IDIOT IN NEW ZEALAND /CURATOR MARCUS WILLIAMS

/ Publications /

Diffused in a variably sized and constituted collective, averting authorship and working across discipline and media, yet celebrating the aura of the artistic object and operating from a position of moral certainty; the work of Natalya Pershina and Olga Egorova is testimony to the idea that post modernity is a nascent form of modernism. The movement of modern art toward pure line, colour, form and space of the ‘internationalist ideal’ is reversed in the work of Gluklya and Tsaplya (Natalya and Olga’s artists pseudonyms) and their Factory of Found Clothing (FNO) who engage directly with the world around them in their various interventions. (more…)

INTERVIEW WITH MARINA VISCHMIDT FOR THE “UNTITLED” MAGASIN /LONDON

/ Publications /

Marina Vischmidt in conversation with the Factory of Found Clothes

The Factory of Found Clothes (Fabrika Nadyonii Odezhdii in Russian, or FNO for short) is Natalya Pershina-Yakimanskaya and Olga Egorova, respectively known as Gluklya and Tsaplya. Founded in 1995 in St Petersburg, FNO have used installation, performance, video, text and ’social research’ to develop an operational logic of ‘fragility’ as subjectivity antagonistic to that which is the state of things – be that the repressive social and political climate of Russia or the reflexive futilities of international art scenes. (more…)

THE LABOR AND BREATH OF ROMANTICISM WITH ANJELIKA ARTYUKH

/ Publications /

The Labor and Breath of Romanticism

In the art world, Natalia Pershina-Yakimanskaya and Olga Egorova are better known as Gluklya and Tsaplya. Residents of Petersburg, they have worked together for many years, producing performances, installations, and video works. Their work extends beyond the confines of gallery art. For example, Gluklya and Tsaplya’s videos have been screened several times at the Oberhausen International Short Film Festival, one of the major forums for international contemporary visual art. Film critic Anjelika Artyukh met with them during this year’s festival.

Anjelika Artyukh:
You formed your artistic alliance in the mid-nineties, when you called yourselves The Factory of Found Clothes and you chose clothing as your object of conceptualization. Why exactly did clothing become the object of your artistic practice? Does it retain its importance for you nowadays, considering that your art has become more socially engaged?

Tsaplya: The culture of the early nineties was a culture of living. It was bound up with dandyism, with dressing up. (more…)